Hoeveel loon moet u zich toekennen voor verlaagde vennootschapsbelasting?

Een vennootschap oprichten heeft grote fiscale voordelen. De hoogste aanslagvoet in de vennootschapsbelasting ligt bijvoorbeeld al veel lager dan die in de personenbelasting, waar de eenmanszaak onder valt. Bovendien geldt vanaf inkomstenjaar 2018 een nieuw verlaagd tarief bij de vennootschapsbelasting. Welk loon moet u zich daarvoor toekennen?

Twee tarieven voor vennootschappen

In het Zomerakkoord heeft de regering besloten om de vennootschapsbelasting te herzien. Voortaan gelden er twee tarieven: het basistarief en een nieuw, verlaagd tarief. Vanaf inkomstenjaar 2018 geldt dit nieuwe verlaagde tarief voor het eerst en berekent u 20,40 procent vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 euro winst.

Voor wie geldt het verlaagd tarief?

Het basistarief geldt in principe voor alle vennootschappen – groot én klein – inclusief beleggings-, dochter- en financiële vennootschappen. Ook kleine vennootschappen die geen minimale bedrijfsbezoldiging uitkeren, vallen onder dit basistarief. Past uw onderneming niet bij dit rijtje? Dan geldt in inkomstenjaar 2018 het lagere tarief van 20,40 procent op de eerste schijf van 100.000 euro winst. Voor alle winst daarboven betaalt u 29,58 procent vennootschapsbelasting.

Heeft u bijvoorbeeld 320.000 euro winst geboekt in 2018? Dan berekent u 20,40 procent vennootschapsbelasting over de eerste 100.000 euro en 29,58 procent over de resterende 220.000 euro.

Vereist loon bij verlaagd tarief

Om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief, moet uw vennootschap jaarlijks een loon van minstens 45.000 euro bruto uitkeren aan een van uw bedrijfsleiders. Is de belastbare winst van uw vennootschap vóór de aftrek van het loon lager dan 90.000 euro? Dan mag u ook minder dan 45.000 euro brutoloon uitkeren, maar dit loon moet wel minstens gelijk zijn aan de belastbare winst van uw vennootschap na aftrek van die bezoldiging.

Vergeet de voordelen van alle aard niet!

Bij uw winst moet u ook alle forfaitair gewaardeerde belastbare voordelen van alle aard (VAA) optellen. Daaronder vallen belastbare ontvangsten in natura, geld of diensten. Denk bijvoorbeeld aan de terugbetaling van persoonlijke kosten, gratis huisvesting en autogebruik. U berekent hiervoor het werkelijke bedrag minus eventuele RSZ-bijdragen of het in geld gewaardeerde bedrag dat de verkrijger hieraan anders had moeten besteden. Let ook op de formules bij de berekening van de VAA: voor het bepalen van het VAA van uw woonst moet u bijvoorbeeld voor 2019 factor 2 gebruiken.

Zo werkt het verlaagde tarief

Hoeveel moet u zich minimaal uitkeren om het verlaagde tarief te mogen hanteren? Maak daarvoor eerst een prognose van uw belastbare winst vóór toekenning van uw jaarloon. Vergeet hierbij niet de VAA op te tellen.

  • Is het resultaat gelijk aan of meer dan 45.000 euro? Dan moet u zich minstens 45.000 euro bezoldiging toekennen voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting.
  • Is het resultaat minder dan 45.000 euro? Dan mag u de volledige winst aan uzelf toekennen als bezoldiging.

In beide gevallen geldt: breng eerst uw VAA in mindering om het bruto uit te keren loon te berekenen.

Een rekenvoorbeeld

Stel: u schat uw belastbare winst vóór toekenning van uw jaarloon voor 2019 in op 60.000 euro. Daarbij telt u uw forfaitaire VAA-bedragen bij op:

Woonst

10.000

 

Nutsvoorziening

3.040

 

Auto

6.000

 

Computer

72

 

GSM- en internetabonnement

144

+

Totaal forfaitaire bedragen

19.256

euro

Daarmee komt u op een totaalwinst van 79.256 euro. De helft van dit bedrag moet u zich toekennen voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting als bezoldiging. Daarmee komt uw jaarloon uit op 39.628 euro. Omdat de VAA 19.256 euro is, volstaat het dat u zich een jaarlijks loon van 20.372 euro uitkeert.

Heeft u nog vragen over de verlaagde vennootschapsbelasting? Neem dan zeker contact op.